interview met Maurits Cailliau

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/maurits-cailliau-het-oogkleppenflamingantisme-overstijgen

Over, het “oogkleppen flamingantisme en de Heel Nederlandse gedachte” 

Maurits Cailliau (°1938), een West-Vlaming die in Ieper woont, is zijn leven lang de stille kracht achter talloze Heel-Nederlandse initiatieven en publicaties. Ik sprak met hem over zijn Heel-Nederlandse streven en over de actualiteit van de Nederlandse gedachte.

In de traditie van Heel-Nederlandse jeugdbewegingen
Maurits Cailliau, u was al heel vroeg actief in de jeugdbeweging en, opvallend, in Heel-Nederlandse groepen als het Algemeen Diets Jeugdverbond (ADJV). Hoe kwam u er toe
?

‘Zo heel vroeg was dat ook weer niet. in 1956 werd ik 18 en zag ik als ‘flamingant’ uit naar een engagement. Het werd het ADJV dat me op het Heel-Nederlandse spoor bracht en me leerde, wat wij noemden, het ‘oogkleppenflamingantisme’ te overstijgen.’

Wie waren de leidende figuren van het ADJV?

‘Vooreerst de twee verbondsleiders: Staf Vermeire, die ook de Uitgeverij Oranje runde. En Jaak de Meester, die Staf als verbondsleider opvolgde, en de naam ADJV wijzigde in Blauwvoetjeugdverbond. Twee totaal verschillende persoonlijkheden. Staf was de rusteloze doener en organisator. Jaak, meer de denker die het diepe onderscheid beklemtoonde tussen enerzijds de jeugdbeweging en anderzijds de jeugdzorg.’

U geloofde in de opvoedkundige waarde van de jeugdbeweging. Veel later, in de jaren ’70, stond u mee aan de wieg van de Oranjejeugd. Is er vandaag nog plaats voor de jeugdbeweging?

‘Oranjejeugd zou zowat de laatste tak worden van de vele gedaanten van de Heel-Nederlandse jeugdbeweging. Hun pedagogisch project lag helemaal in de lijn van wat het ADJV me bijbracht. De jeugdbeweging, vormend en opvoedend, naast het gezin en het onderwijs, heeft beslist nog een onvervangbaar bestaansrecht. Vandaag heeft ze wel de tijdsgeest tegen, die leeft van ‘de waan van de dag’. Men verkiest vluchtig vertier en schuwt verdieping en blijvend engagement.’

De XVIII Provinciën
U toonde ook interesse voor gebieden die historisch ooit tot de Nederlanden behoorden.

‘Wie niet weet waar hij vandaan komt, weet ook niet waar hij heen wil. Dit axioma benadrukt de noodzaak en het nut van de geschiedenis — spijtig genoeg het kneusje in het hedendaags onderwijs. Het bestuderen van onze geschiedenis — onze “roots” — was ook voor mij een evolutie van “voortschrijdend inzicht”: van Vlaanderen naar het grotere Nederland, en uiteindelijk naar het historisch perspectief van de historische Nederlanden, zijnde de XVII Provinciën.’

U was tot vorig jaar eindredacteur van het jaarboek De Nederlanden extra muros van de Stichting Zannekin. Ik tel in mijn bibliotheek 45 jaargangen van dit jaarboek.

‘De huidige Vereniging/Stichting Zannekin had naamgenoten en voorlopers in het interbellum en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze kwam halverwege de jaren ’60 van de vorige eeuw tot stand als steun voor de Zuid-Vlaamse werking en het tijdschrift Notre Flandre, bezield door haar voorman, de E.H. Jean-Marie Gantois. Ze besteedde toen slechts aandacht aan de Franse Nederlanden. Naderhand werd de werking uitgebreid tot alle territoria langsheen de huidige Benelux-grenzen die doorheen onze geschiedenis ooit deel uitmaakten van de Nederlanden, of er cultureel sterk mee verbonden waren geweest. Het jaarboek bundelt studies en beschouwingen over die aloude Nederlandse gebieden die voornamelijk door Frankrijk en Duitsland ingelijfd werden.’

Frans- of Zuid-Vlaanderen
U heeft de Frans-Vlaamse voorman Jean-Marie Gantois nog goed gekend. Welke indruk heeft hij op u gemaakt?

‘Reeds in de ADJV-jaren was Frans- of Zuid-Vlaanderen de regio bij uitstek voor onze kampen. Die boden ons herhaaldelijk de gelegenheid Jean-Marie Gantois te ontmoeten, in Rijsel, of in zijn geboortestad, Waten. Later werden de Franse Nederlanden regelmatig het doel van de studie-uitstappen van Zannekin, die als vereniging ook instond voor de gedenksteen met Leo Belgicus op Gantois’ graf.’

‘Na zijn overlijden zorgde de Stichting Zannekin er ook voor dat zijn enorme bibliotheek een veilig onderkomen kreeg. Ze is vandaag nog steeds als “Bibliotheek de Franse Nederlanden” te bezoeken en te raadplegen in de Kulak te Kortrijk. Bij onze bezoeken aan Jean-Marie Gantois viel ons vooral zijn erudiete kennis van de geschiedenis en zijn spitse humor op. Hij volgde nauwgezet de evolutie binnen de Vlaamse Beweging.’

Hoe bekijkt u na al die jaren de evolutie over de Schreve?

‘Al meer dan een halve eeuw beweert men dat de Nederlandse streektaal aldaar tot verdwijnen gedoemd is. Maar ze raakt er klaarblijkelijk niet uitgeroeid. Steeds weer komen er nieuwe initiatieven tot stand ter promotie van de streekgebonden variant van het Nederlands, in het vanouds Vlaamssprekende deel van de zuidelijkste Nederlanden.’

Joris van Severen — de persoon
Een andere persoonlijkheid die u altijd heeft geboeid is Joris van Severen. U bent de werkende kracht achter vele initiatieven en publicaties rond Van Severen. Wat fascineert u in deze man?

‘Al in het ADJV leerde ik Joris van Severen kennen als een van de “Vaders van het Vaderland”. Hij werd gewaardeerd als een politicus die verder zag dan de volgende verkiezingen en een grootse visie voorhield.’

‘Zijn politieke evolutie en koerswijzigingen steunden op zijn voortschrijdend inzicht inzake zijn studie van onze geschiedenis. Wat me nog aanspreekt is het beklemtonen van de waarde van de persoonlijkheid, en de blijvende pedagogische betrachting tot de besten te behoren, boven de velen uit te stijgen. Ook zijn zin voor orde, conditio sine qua non voor een harmonisch samenleven en het vormen van een samenhangend geheel. Dit wou hij maatschappelijk realiseren met het solidarisme, dat klasse- en andere tegenstellingen overwinnen zou.’

Kan het solidarisme nog een rol spelen in deze tijd? Biedt het nog een oplossing voor huidige sociaal-economische problemen?

‘Het solidarisme kan beslist de hedendaagse samenleving nog inspireren. Dit in confrontatie tot de onverkorte liberale globaliseringtendensen die landen en volkeren — en enkelingen — hun identiteit dreigen te ontnemen. Het solidarisme streeft naar een samenleving “op maat van de mens”: een wereld waarmee hij zich verbonden kan voelen. Het beleven van zijn “wortels” staat in schril contrast tot de huidige hang naar een mondiale wereld waarin niemand nog “iemand” is.’

Joris van Severen — de fascinatie
Hoe verklaart u dat, 80 jaar na zijn dood, Joris van Severen  nog het onderwerp is van een lijvige biografie geschreven door Luc Pauwels? Waarom blijft Joris van Severen actueel?

‘Mede omwille van de hiervoor vermelde inzichten. Laten we hopen dat ze stilaan weer aan zin en inhoud winnen in een tijdsbestek dat dergelijke waarden helemaal verliest en materiële welvaart verkiest boven geestelijk welzijn en evenwicht.’

‘De studie over de persoonlijkheid van Joris van Severen is overigens nog lang niet afgesloten. Na de uitmuntende biografie van Luc Pauwels die bij Doorbraak verscheen staat voor volgend jaar alweer een nieuwe biografie op stapel met Dieter Vandenbroucke als auteur.’

U bent de uitgever van een jaarboek rond de persoon van Joris van Severen dat inmiddels aan zijn 25ste jaargang toe is. Zo’n initiatief rond één persoon is, denk ik, uniek in Vlaanderen. Bestaat er nog veel materiaal over van Severen dat niet is gepubliceerd?

‘De jaarboekenreeks bundelt ondertussen meer dan 5000 pagina’s — met uitschieters als Die vervloekte oorlog (Van Severens dagboek over de Eerste Wereldoorlog) en de grootformaatuitgave Fotobiografie Joris van Severen (en het Verdinaso).’

‘Aan kopij is er vooralsnog geen gebrek. Talloze dagboekpagina’s van Van Severen kwamen nog niet aan bod. En voor heel wat deelaspecten biedt zijn archief nog boeiend studiemateriaal. De fascinatie voor zijn uitzonderlijke persoonlijkheid houdt aan, terwijl andere tijdgenoten al lang vergeten zijn.‘

Er is sprake van hergroepering van alle initiatieven rond Joris van Severen in een overkoepelend instituut. Kan je daar iets meer over vertellen?

‘Tot vandaag evolueerden de Stichting Joris van Severen (die instaat voor het onderhoud van het grafmonument te Abbeville en herdenkingsmomenten organiseert) en het Studiecentrum Joris van Severen (dat vooral de klemtoon op studie benadrukt), in goede verstandhouding naast elkaar. Bedoeling nu is dat beide vzw’s in 2022 de krachten bundelen en tot een fusie komen, onder de gemeenschappelijke naam Joris van Severen Instituut.’

’t Is te kleen om ghedeelt te blijven
Even nog over de actualiteit: N-VA-voorzitter Bart De Wever pleitte recent voor een mogelijke toenadering tussen Vlaanderen en Nederland. Hoe actueel is de Heel-Nederlandse gedachte?

‘Dergelijke toenadering lijkt zich eerder op het Groot-Nederlandse vlak te situeren, zijnde een vorm van taalnationalisme, gespeend van historisch inzicht. “’t Is te kleen om ghedeelt te blijven”, wist Willem van Oranje al, daarin nagevolgd door Joris van Severen. Een historicus als Bart De Wever zal overigens wel weten dat de term ‘België’ het Latijnse equivalent is voor ‘Nederland’.’

Ook professor Mathias Storme verklaarde dezer dagen dat ‘een Nederlandse confederatie uitweg biedt voor moeilijkheden van Vlaamse onafhankelijkheid’. Dat komt aan, in de oren van een ‘Heel-Nederlander’. Zo te zien is er nog toekomst voor de Heel-Nederlandse gedachte. 

‘De kijk van Matthias Storme biedt alvast méér perspectief voor het Heel-Nederlandse streven. Daarin schuilt de mogelijkheid tot het uitbouwen van het Benelux-gebied in z’n geheel tot een daadwerkelijke politieke identiteit. Wellicht kan dit slagen wanneer de beoogde confederatie rekening houdt met, en opgebouwd wordt op, een waarachtige federatieve basis die iedere gewestelijke identiteit haar eigenheid waarborgt.’

randomness