Frans-Vlaanderen als nieuw Bokrijk

Lees dit artikel ook op Doorbraak: https://doorbraak.be/frans-vlaanderen-als-nieuw-bokrijk

De Vlaamse identiteit, opsmuk voor toeristen

Laat het me vooraf stellen: ik heb niets tegen openluchtmusea en al evenmin iets tegen toerisme. Waar het hier wel om gaat: hoe een marketingplan de Vlaamse identiteit in Frans-Vlaanderen aanwakkert als opsmuk voor de toeristen.

‘Landelijk Vlaanderen’

Sinds twee jaren heeft de regio Hauts-de-France (HDF) een zogenaamd Contrat de Rayonnement Touristique ontvouwd. Dat contract, getekend voor de periode 2019-2022, wil het toerisme promoten als economische activiteit en als stimulator van nieuwe werkgelegenheid in de streek.

Hiervoor heeft de regio HDF onder de naam ‘Flandre rurale’, ofwel ‘Landelijk Vlaanderen’, een te bewerken gebied afgebakend. Het stemt ongeveer overeen met het deel van Frans-Vlaanderen dat vijftig jaar geleden nog het Frans-Vlaams dialect sprak. Het plan wil de Vlaamse identiteit gebruiken om de streek aantrekkelijker te maken voor toeristen.

Naar het schijnt komen meer dan 15 % van de toeristen die Frans-Vlaanderen bezoeken van over de Schreve

Tussen haakjes, het gaat hier ook om vele ééndags- of weekendtoeristen uit Vlaanderen. De streek is voor de Vlamingen vrij populair voor fietsend en wandelend grenstoerisme. Naar het schijnt komen meer dan 15 % van de toeristen die Frans-Vlaanderen bezoeken van over de Schreve. En dat percentage neemt elk jaar fors toe.

Van Bokrijk tot Terdegem

Het golvend landschap van het Houtland met de Katsberg en de Kasselberg, de vlakte van het Blootland dat in de horizon verdwijnt. Veel Vlamingen zijn er verliefd op. Het biedt hen de ruimte die ze in het volgebouwde Vlaanderen verloren zijn.

Bokrijk heet hier Terdegem: een dorp verscholen in een heuvellandschap van korenvelden. Een zogenaamd village patrimoine, een erfgoeddorp aan de voet van de Wouwenberg. Een kerk met sierlijke metselaarstekens een gebed in het Vlaamsch geschilderd op de deur van de sacristie, een tiental met smaak gerestaureerde huizen, een standaardmolen in de verte en kapelletjes met oud-Vlaamse opschriften langs smalle veldwegen. De plaatselijke feestzaal draagt er de naam Till l’Espiègle, en de enige herberg van het dorp met gezellig terras – warm aanbevolen – heet Kerkhoek. En de Vlaamse leeuw die overal wappert, meer dan in Vlaanderen op 11 juli: wat wil je nog meer?

Marketing

Wat is dan het probleem? Wel, het toeristisch contract van HDF werd door professionele marketeers geschreven en klinkt iets minder paradijselijk. Er is sprake van ‘toeristische aanbiedingen te voorzien die de vragen van de klant beantwoorden in een logica van economisch gerichte resultaten en globale attractiviteit’. En ook van ‘aangepaste competitieve acties genereren die de vragen van de bezoekers beantwoorden, en een duidelijk voordeel en toegevoegde waarde genereren’ voor de streek. Achter het landelijk imago van ‘la Flandre rurale’ schuilt een heus marketingscenario voor een meetbare, rendabele beleving van een weekend Vlaming-zijn-in-Frankrijk.

Ook de Belgische Westhoek zijn ze niet vergeten

Als marketeer van beroep voel ik me aangesproken. De marketeers van HDF schetsen het profiel van ‘la Flandre rurale’ als ‘cultureel en geografisch het meest noordelijk territorium van Frankrijk’. En ik lees verder ‘met een bijzondere identiteit met een unieke cultuur, gastronomie en erfgoed’. Ook de Belgische Westhoek zijn ze niet vergeten: ‘er is een gelijkenis tussen deze gebieden rond een gemeenschappelijke identiteit vast te stellen’.

Het valt te hopen dat deze marketingstudie boordevol algemeenheden niet te veel geld heeft gekost. Er is bij de collega’s marketeers nog wel een andere bel gaan rinkelen: ‘een gelijkaardige situatie doet zich voor in Baskenland, Bretagne, Catalonië, Provence en Corsica’. Dat is dan weer wat minder goed nieuws voor het Franse ministerie van Binnenlandse Zaken, want deze namen evoceren niet enkel zon en zee, maar ook wat de Frans-Vlaamse voorman Jean-Marie Gantois ooit noemde ‘de gebieden die verzet bieden tegen het jakobinisme’.

Cement van een identiteit

Toerisme, daar kan je toch niets tegen hebben? Zeker, ware het niet dat Hauts-de-France eenparig heeft beslist dat het verdwijnende Vlaams dialect het cement moet zijn van een ‘idee van opbouw van een specifieke identiteit’.

Nou breekt mijn klomp: de Frans-Vlaamse streektaal is ooit bestreden, verboden, en uitgerangeerd geweest als boerentaaltje, en overblijfsel van het feodalisme. En als alles voorgoed kapot is gemaakt ontspringt, als eeuwige Franse bron van wijsheid, de idee van de heropleving van het Frans-Vlaams als ‘toeristische hefboom’ en als ‘stimulans voor de grensoverschrijdende werkgelegenheid’.

sommigen willen onwetende Frans-Vlamingen wijsmaken dat de taal van de bedrijven in West-Vlaanderen niet het Nederlands is maar enkel het West-Vlaams

Het moet zijn dat iemand van HdF naar ‘rute 98’, de meest beroemde computerles ooit, heeft gekeken. Want sommigen willen onwetende Frans-Vlamingen wijsmaken dat de taal van de bedrijven in West-Vlaanderen niet het Nederlands is maar enkel het West-Vlaams.

Frans-Vlaanderen voor dummies

Je kan er niet naast kijken: als je regelmatig in Frans-Vlaanderen komt zie je dat meer en meer gemeenten tweetalige gemeenteborden met hun naam in het Frans én in het Frans-Vlaams aanbrengen. Hoe moet je deze plotse euforie voor het verloren Frans-Vlaams begrijpen? Heel simpel, de Akademie voor Nuuze Vlaemsche Taele ontvangt elk jaar 77 000 euro om deze tweetalige borden overal te plaatsen, onder de hoede van HDF. De tweetaligheid is een opsmuk ten behoeve van de toeristen.

terwijl de folklore wordt gestimuleerd heeft de Franse overheid nog steeds niet het Frans-Vlaams erkend als streektaal

Dit verklaart ook de fantasierijke namen die er worden aangebracht, soms zonder respect voor de historische benamingen: Zurkel voor Zerkel, Blaeuwkapel voor Wemaars-Kapel, enz. enz. Het komt niet zo nauw, als het maar een beetje gesproken ‘Vlaemsch’ aanvoelt. Het is louter de toepassing van een heus marketingplan van de regio Hauts-de-France die de Vlaamse identiteit van de streek gebruikt als verpakking ten behoeve van de bezoekers. Voor wie de situatie in Frans-Vlaanderen goed kent blijft de harde realiteit: terwijl de folklore wordt gestimuleerd heeft de Franse overheid nog steeds niet het Frans-Vlaams erkend als streektaal. Idem voor het Nederlands gedoceerd als een ‘vreemde taal’, in het land van de dichter Michiel de Swaen.

Ik wil niemand het genot ontnemen van een leuke uitstap in mijn geboortestreek en van een anosteké-bier te drinken op de grote markt van Kassel. Alle Vlamingen van harte welkom. Ik wou enkel duiden waarom ik het beu ben uit te leggen wat het verschil is tussen het Frans-Vlaamsch voor dummies en de echte strijd voor een Vlaamse identiteit in Frankrijk.

randomness