U bent hier

Home

Het graf van een jonge Duitse luitenant

We schrijven oktober 1914. Kaaster, mijn dorp, en de hele Westhoek beleven bange dagen. Op de hellingen en aan de voet van de Katsberg,  amper vier kilometer van Kaaster vandaan, stijgen overal rookkolommen op.

Het onophoudend gebulder van kanonnen maakt de inwoners doodsbang. Men hoort geweerschoten van heel dichtbij. Er wordt gevochten tot in de wijk genaamd de Thieushoek. En dat is al grondgebied Kaaster.

Enkele dagen na de slag om de Katsberg is de spanning in Kaaster, als het kan, nog meer te snijden. Mensen fluisteren dat een onbekende gesignaleerd is in het dorp. Op straat heeft hij een meisje aangesproken. Of ze wist van een gesneuvelde soldaat die hier onlangs zou zijn begraven? Het meisje heeft de man het graf aangeduid van een onbekende die laatst ter aarde werd besteld. Zijn stoffelijk overschot was enkele dagen voordien in allerijl door Engelse soldaten van de 16th Lancers naar Kaaster gebracht.

De man die het meisje aansprak (een Duitser?) verdween even snel als hij was gekomen. Geruchten liepen dat zijn makkers terug zouden komen. En dan kon men zich aan het ergste verwachten.

Een Duitse officier

De burgervader van Kaaster zweeg, maar wist wel beter. Enkele dagen voordien hadden die Engelse soldaten het stoffelijk overschot van een Duitse luitenant naar Kaaster overgebracht. Zijn lichaam lag opgebaard in het ouderlingentehuis. Inwoners die de overledene uit nieuwsgierigheid kwamen begroeten herinnerden zich een grote, knappe jonge man met bruin haar. De champetter moest een kist van wel twee meter lang in elkaar timmeren. Op 16 oktober werd hij begraven, ergens vooraan, aan de ingang van het kerkhof.

Na het verhaal van het meisje was ook de burgemeester bang voor Duitse spionnen. Daarom werd beslist om het kerkhof te sluiten. De hele oorlog lang zou het kerkhof van Kaaster alleen nog voor begrafenissen opengaan. Tot ergernis van de families die, alleen op zondag, amper enkele minuten tijd kregen om hun dierbaren te groeten.

Wat het gemeentebestuur aan niemand vertelde: men had ook de kist van de Duitse officier in alle stilte opgegraven en verplaatst naar een geheime plaats, zonder kruis of enige markering, achter de calvarie. De Duitsers mochten komen en zoeken, ze zouden hem niet vinden.

Dodelijk gewond

Waarvoor was al die geheimhouding nodig? Waarom hadden Engelse soldaten zich over deze Duitser ontfermd en hem naar Kaaster overgebracht? Om dit te begrijpen, moeten wij terug naar de gevechten op de Katsberg. Op 12 oktober 1914 probeerden Engelse soldaten van de 16th Lancers de Katsberg op Duitse troepen van het Grossherzoglich Hessiches Leib-Dragoner Regiment nr. 24 te veroveren.

Toen de Engelsen de berg veroverden waren de Duitsers gevlucht. Ze troffen enkel drie achtergelaten Duitse gewonden.  Een van de gekwetsten was in de loop van de namiddag zwaar in de buik getroffen tijdens gevechten in het gehucht de Strooien Haan.  Hij droeg de rang van luitenant en de Duitsers waren over hem zeer bezorgd. Ze hadden hem daarom naar de abdij boven op de berg gebracht waar een geïmproviseerd ziekenhuis was geïnstalleerd. Een Engelse dokter, alsook een plaatselijke geneesheer werden er nog bij geroepen.  De abt waakte persoonlijk op de zwaar gekwetste. Maar er was niets meer aan te doen en de jonge Duitse officier, net geen twintig jaar oud, stierf tijdens de nacht.

Kaaster was het eerste kerkhof buiten de conflictzone, en in Engels gebied. Daarom werd het stoffelijk overschot van de jonge Duitse officier naar hier gebracht.

Van koninklijken bloede

Pas later werd stilaan voor iedereen duidelijk wie deze jonge Duitse luitenant was.  Hij heette Maximilian, Friedrich, Eduard , prins van Hessen.

Prins Max van Hessen was op 20 oktober 1894 geboren op Schloss Rumpenheim bij Offenbach als tweede zoon van Friedrich Wilhelm prins van Hessen en Margarethe van Pruisen.

De moeder van de gesneuvelde luitenant was een zuster van …de Duitse keizer Wilhelm II en een kleindochter van de Britse koningin Victoria. Het was dus de neef van de Duitse keizer was die in een anoniem graf in Kaaster begraven werd. 

Verschillende geheime pogingen werden gedaan om het graf te lokaliseren. Tevergeefs. In 1916 probeerde de prinselijke familie van Hessen,  via gravin   vanden Steen de Jehay en de bestuurster van de Belgische school in Kaaster, inlichtingen in te winnen over de plaats waar Prins Max begraven was.  Het was evenwel zonder de Franse veiligheid gerekend die de betrokkenen prompt als spionnen ging aanklagen.

Het bleef bij deze pogingen tot na de oorlog. Na 1918 kreeg het graf van Prins Max van Hessen terug een eenvoudig wit kruis met een melding in het Frans. Op een zeldzame foto lees ik :

LTA

Prince Max de Hesse

6RTG Dragons ALLD (Allemand)

1914

Het zou nog tot in november 1926 duren voor zijn broer, Prins Wolfgang van Hessen (1896-1989), naar Kaaster zou komen om het stoffelijk overschot van zijn broer Max te identificeren en hem naar Duitsland terug te brengen. In de plaatselijke kranten verscheen een foto van een waardige Prins Wolfgang lopend achter de open lijkwagen.

De kist, met het stoffelijk overschot van Prins Max van Hessen, verliet voor altijd Kaaster, bekleed met de wapens van de prinselijke familie van Hessen.

 

Voor de Duitse vertaling van deze tekst klik hier.

Mijn publicaties

Hier, en aan de overkant/deel 2

Kinderen van de beeldenstorm

Cyriel Moeyaert

De saga van Lodewijk

Broekers in waterland

Perspectief 2013

Een erfenis zonder testament

Wintertijd in Frans Vlaanderen

Gebruikerslogin