U bent hier

Home

De verrijzenis van de moedergodin

We schrijven 1647, in het Zeeuws-Vlaamse Domburg aan de Noordzeekust. Iemand die anoniem bleef, beschrijft in een brief gedateerd van 14 januari 1647, de ontdekking  van zijn leven als “de fundamenten van een kleyn huysken, groot een roede of wat meer in ’t vierkant.”

Hoe deze stenen plots tevoorschijn kwamen, blijkt op zich al een vreemd verhaal. Er was zelfs geen schop aan te pas gekomen. De  uitzonderlijk zware storm had zo veel zand doen wegwaaien dat de fundamenten van het kleyn huysken, versta van een authentieke Gallo-Romeinse tempel, in één nacht door de natuurkrachten waren blootgelegd.

Een document uit die tijd bevestigt: “Omtrent veertien dagen gheleden hebben sich aen de zee op ’t strant verthoont eenighe groote steenen van witte arduyn”. De verweerde stenen vertoonden de beeltenis van een vrouwelijke godheid alsook van ingebeitelde dankgebeden.

Drie dagen later, na weer een hevige storm, doken op het strand van Domburg plots houten doodskisten op, gemaakt van zeer dikke planken en samengehouden met  houten pennen. De ontdekte skeletten lagen allemaal met het hoofd naar het westen gericht. Ze droegen elegante kettingen, versierd met munten. Afgaand op hun attributen bleken twee skeletten bleken belangrijker te zijn: de ene droeg een drinkbeker, de andere een dolk.

Nehalianna

De vondsten in het Zeeuwse Domburg veroorzaakten in hun tijd groot ophef in de Nederlanden en in Europa. De blootgelegde votiefstenen bleken vervaardigd uit materialen afkomstig  van groeven uit het zuiden van Gallia Belgica. Op zowat 700 km van Domburg!

De gebeeldhouwde vrouwenfiguur staat voor de moedergodin Nehalianna, ook bekend van andere vondsten uit de Gallo-Romeinse periode o.m. in Tongeren en Keulen. Hoewel meestal  gerekend tot de Keltische godheden is tot op heden niet duidelijk of het hier gaat om een Keltische dan wel een Germaanse, of zelfs om een godin van een nog oudere inheemse cultus.

Meestal is Nehalianna zittend afgebeeld.  Maar op het gevonden altaar van Domburg staat Nehalianna rechtop naast een vaartuig. Ze houdt een fruitmand vast en is vergezeld van een hond. Het fruit als symbool van vruchtbaarheid en de hond als zinnebeeld van trouw en als bewaker van de onderwereld. Nehalianna moet dus worden gezien als een godin van de vruchtbaarheid.

De andere bloot gespoelde stenen vormen de resten van een tempel  waarin Nehalianna werd vereerd. De ligging van deze tempel aan de monding van de Schelde geeft aan de moedergodin nog een andere functie, nl. als behoedster van reizigers en handelaren varend op de Oosterschelde. In 1647 bevond deze heidense tempel  zich nog aan het strand van Domburg. Vandaag is deze plaats verdwenen onder het water van de Oosterschelde.

Een uniek archeologisch veld

Enkele decennia later, in 1715 werden bij extreem laag tij opnieuw funderingen van gebouwen blootgelegd op het strand van Domburg. Tussen die gebouwen bevond zich ook weer een tempel geplaveid met vierkante en ronde stenen ter ere van een (onthoofd) standbeeld dat Victoria, de overwinning, moet voorstellen.

In 1749 en 1817 doken opnieuw een twintigtal  doodskisten op met menselijke geraamten die allemaal de zelfde ronde mantelspelden droegen. Een halve eeuw later, in 1866  kwamen de omtrek van huizen en van een begraafplaats in de vorm van een ster te voorschijn. Nog niet genoeg: in 1970 vond een visser, in de omgeving van het Zeeuwse Colijnplaat, stukken van een ander Nehalianna-altaar in zijn netten.

Bij wijze van voorlopige conclusie kunnen wij deze vondsten in Domburg en omgeving in drie of vier periodes delen. De cultus rond een moedergodin beschermster van de reizigers, verwant met de matronen en de triaden van het Indo Europees pantheon; hun handhaving/recuperatie in de Gallo-Romeinse periode; het verder gebruiken van deze gewijde omgeving tot in de 9de eeuw in de tijd van de invallen van de Vikingen.

Enkele bronnen bevestigen dit tijdschema:

  • Het leven van Sint Willibrord (rond 690): tijdens zijn bekeringswerk op het toenmalige eiland Walcheren, waar Domburg lag en ligt, wordt melding gemaakt van de aanwezigheid van ‘afgodsbeelden’ die Willibrord aan diggelen zou hebben geslagen.
  • Ook de annalen van plaatselijke monniken melden o.m. in 873 het aan wal komen van Vikingen op Walcheren. Voor het begraven van hun tijdens de strijd gevallen makkers was alleen een heidense plaats goed genoeg.

 

Mijn publicaties

Hier, en aan de overkant/deel 2

Kinderen van de beeldenstorm

Cyriel Moeyaert

De saga van Lodewijk

Broekers in waterland

Perspectief 2013

Een erfenis zonder testament

Wintertijd in Frans Vlaanderen

Gebruikerslogin